Begrippenlijst van veel voorkomende administratieve en financiële begrippen.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


A

Aanbesteding
Aanbesteden is het selectieproces dat wordt doorlopen om in geval van een voorgenomen aanschaf van een product of dienst een overwogen keuze te maken uit verschillende aanbieders.

Aanmaning
Aanmaningen worden als betalingsherinnering ontvangen voor facturen van crediteuren die niet binnen de aangegeven termijn zijn betaald. Aan de hand van ontvangen aanmaningen is na te gaan of de behandeling van de crediteurenfactuur problemen oplevert. Aanmaningen worden verstuurd door de Afdeling Debiteuren…
Zie ook Herinnering, Aanmaning, Ingebrekestelling.

Aanmerkelijk belang
Aandelenbezit bij een persoon of instelling dat (in Nederland) groter is dan 5%. De houder van een aanmerkelijk belang wordt fiscaal ‘vriendelijk’ behandeld: dividend en koerswinst bij verkoop worden belast tegen een speciaal tarief van 25%.

Aanrekening
Gemaakte kosten die worden doorbelast aan anderen.

Aansluiting
Constatering dat de totalen in de sub-administratie aansluiten op die in de hoofdadministratie, respectievelijk of de verschillende deeladministraties met elkaar overeenkomen. Een specifieke vorm van aansluiting is van toepassing bij de zogenoemde verbandscontrole; waarbij wordt gekeken of de administratie logisch in elkaar steekt. Hierbij wordt van verschillende eigenstandige registraties nagegaan of deze qua uitkomsten met elkaar overeenkomen. Teneinde aansluiting te waarborgen worden zoveel mogelijk geautomatiseerde controlemaatregelen in de administratie(s) toegepast. Indien geconstateerd wordt dat er geen aansluiting is dienen de verschillen te worden uitgezocht en opgelost.

Aanvraag tot bestelling (ATB)
De aanvraag tot bestelling geregistreerd in de inkoop module administratie software, ook wel genaamd Zachte verplichting; in rapportages gebruikt om het budgettair beslag van reeds genomen beslissingen tot uiting te brengen die nog niet
tot een Harde verplichting hebben geleid.

Acceptatie
De formele, vrijwel altijd schriftelijke, aanvaarding van iets dat wordt opgeleverd. Komt voor bij het opleveren van gebouwen of andere investeringen. Bij het implementeren van computersystemen spreekt men vaak van gebruikersacceptatie.

Accountantsverklaring
Een schriftelijke mededeling van een accountant met daarin de uitkomst van een onderzoek naar de getrouwheid van een verantwoording.

Accountantsverslag
Het instrument waarmee de accountant verantwoording aflegt over het resultaat van de uitgevoerde werkzaamheden. Deze voorziet veelal ook in aanbevelingen die bekend staan onder de noemer Managementletter. Het accountantsverslag is een toelichting bij de Accountantsverklaring. De separate management letter is een advies over de inrichting van de (aan de financiën rakende) bedrijfsprocessen.

Achtergestelde lening
Lening, waarvan de geldgever aanvaardt dat aflossing is achtergesteld bij de afrekening van overige schuldeisers; met als gevolg dat de hoofdsom door de geldnemer tegenover derden kan worden beschouwd als eigen vermogen.

Actief
Zie Activa

Actiefnummer
Dit is het unieke identificatienummer van een activum.

Activa
Een in de balans vermelde recht of bezitting van een onderneming. Afhankelijk van de mate van liquiditeit spreekt men van vaste of vlottende activa. Vaste activa zijn bijvoorbeeld gebouwen, grond, machines en goodwill. Voorbeelden van vlottende activa zijn voorraden en debiteuren.

Activa administratie
Een sub administratie waarin de vaste activa worden geadministreerd. Meestal heef het alleen betrekking op de materiele vaste activa (gebouwen en installaties). Deze sub-administratie sluit aan op de post vaste activa in het grootboek. Het geeft een nadere detaillering van deze grootboekpost.

Activadossier
Dit dossier bevat alle onderliggende documentatie van de aanwezige materiële vaste activa, in de vorm van kopiefacturen van alle investeringen en overige relevante documenten als verloopstaten.

Activaklasse
Dit is een klasse die activa naar aard groepeert: bijvoorbeeld: Apparatuur, Inventaris, Casco, enz.. Tevens is hieraan de afschrijvingstermijn gekoppeld, alsmede de grootboekrekening.

Activeren
Het op de balans brengen van gemaakte kosten, omdat zij tot bezit of rechten hebben geleid of zullen leiden. Kosten die niet tot bezit leiden, komen ten laste van de winst- en verliesrekening.

Activeringsdatum
De datum waarop de afschrijving start (deze datum is veelal de datum van ontstaan of ingebruikneming van het recht of het bezit, en kan vóór de boekingsdatum liggen).

Activeringsgrens
Is de grens waaronder kosten niet geactiveerd worden maar in exploitatie worden verantwoord.

Activum
Een post aan de debet zijde van de balans. De gebruikelijke onderverdeling is: Vaste Activa (gebouwen, installaties, goodwill) en Vlottende Activa (voorraden, debiteuren, liquide middelen).
Zie ook Activa.

Activumnummer
Zie Actiefnummer

Afdeling
Organisatorische eenheid van lager niveau waarbinnen personeel is ingedeeld.

Afdeling Crediteuren
Binnen de afdeling Financiële Administratie komt vaak een aparte afdeling Crediteuren voor. Hier worden alle te betalen facturen ontvangen en in de crediteurenadministratie geboekt. Een sub-administratie die aansluit op de rekening crediteuren van het grootboek. Deze afdeling zorgt er ook voor dat de facturen worden geaccordeerd zodat ze kunnen worden vrijgegeven voor betaling. Bij betaling wordt de crediteur afgeletterd waardoor de schuldpositie in de crediteurenadministratie verdwijnt. Deze afdeling beheert op deze wijze de nog openstaande posten in het crediteurenbestand en signaleert wanneer de betaling te lang op zich laat wachten.

Afdeling Debiteuren
Binnen de afdeling Financiële Administratie komt vaak een aparte afdeling Debiteuren voor. Hier wordt alles wat de organisatie in rekening kan brengen aan derden gefactureerd. Elke uitgestuurde factuur wordt in de debiteurenadministratie geboekt. Een sub-administratie die aansluit op de rekening debiteuren van het grootboek. Bij ontvangst van de betaling wordt de debiteur afgeletterd waardoor de vordering in de debiteurenadministratie verdwijnt. Deze afdeling beheert op deze wijze de nog
openstaande posten in het debiteurenbestand en signaleert wanneer de betaling te lang op zich laat wachten.

Afletteren
Het matchen van een uitgaande betaling met een factuur in het crediteuren bestand of van een ontvangst met een factuur in het debiteurenbestand.
Zie verder Afdeling Crediteuren en Afdeling Debiteuren.

Afschrijving
Geregistreerde daling in de waarde van een Activum. Ook: de som van de geregistreerde waardedalingen van een activum of een groep vaste activa op de balans ten opzichte van de oorspronkelijke verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Ook: de buitengebruikstelling van een activum omdat het voor de instelling geen waarde meer vertegenwoordigt.

Afschrijving versneld
Dit zal voorkomen in het geval een activum een waarde in het economisch verkeer heeft die lager is dan de boekwaarde, of afgeschaft (deactiveren) wordt en nog een boekwaarde heeft. De boekwaarde wordt dan versneld afgeschreven

Afschrijvingskosten
Afschrijvingskosten zijn kosten van verbruik (economische slijtage) die worden toegerekend aan de gebruiksperiode van het activum onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar.

Afschrijvingsmethode
De wijze waarop men de kosten van een Vast activum toerekent aan de tijd. De meest gebruikelijke vorm is de lineaire afschrijving waarbij de kosten evenredig worden verdeeld over de economische levensduur. Vaak worden de te volgen afschrijvingsmethode en de hierbij te gebruiken levensduur verplicht voorgeschreven.

Afschrijvingsperiode
Dit is de maand waarin de afschrijving geboekt wordt. Per jaar zijn er 12 “geplande” afschrijvingsperioden De afschrijving geschiedt op het juiste aantal dagen van de betreffende maand.

Afschrijvingsprognose
Dit is een overzicht van afschrijvingen in de toekomst t.b.v. de begroting voor het volgende jaar (of jaren)

Afschrijvingstermijn
Dit is de termijn van bedrijfseconomische veroudering behorend bij een specifieke activaklasse, vastgelegd in de waarderingsgrondslagen is de periode in jaren waarin het activum afgeschreven wordt totdat boekwaarde “nul” is. De termijn
wordt bepaald door de activa klasse waartoe het activum behoort.

AFM
De AFM (Autoriteit Financiële Markten) is de gedagstoezichthouder financiële markten in Nederland, de organisatie die door de Minister van Financiën belast is met toezicht op het gedrag van iedereen die actief is op de markt van sparen, lenen, beleggen en verzekeren.

Allocatie
De allocatie (verdeling) van centrale middelen aan de primaire processen

AP – Accounts Payable
AP staat voor Accounts Payable oftewel de Crediteuren-administratie.

AR – Accounts Receivable
AR staat voor Accounts Receivable oftewel de Debiteuren-administratie.

Arbeidsduur
Zie Aanstellingsomvang

Arbeidsovereenkomst
Volgens artikel 610 van het burgerlijk wetboek 7 is er sprake van een arbeidsovereenkomst wanneer een werknemer zich verbindt om in dienst van de werkgever arbeid te verrichten. Als tegenprestatie ontvangt hij loon van de werkgever.

Arbeidsvoorwaarden
Elk van de voorwaarden die de algemene rechten en plichten beschrijven die voor de Werknemer voortvloeien uit het Dienstverband.

ATB – Aanvraag Tot Bestelling
Zie Aanvraag tot bestelling (ATB)

AWBZ
Langdurige zorg voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten wordt betaald uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Op die manier hoeft u geen hoge kosten te maken als u dure verpleging, verzorging of behandeling nodig heeft

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

B

Back-order
Zie Nabestelling

Balans
De balans met de toelichting daarop geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het vermogen en zijn samenstelling weer.

Balansdatum
De datum waarop de balans is opgemaakt (gewoonlijk het einde van een boekjaar of –periode).

Balansspecificatie
Verbijzondering van de balans ten behoeve van de beoordeling intern en door derden.

Bankgarantie
Vaak wordt er in plaats van het storten van een waarborgsom een bankgarantie afgegeven. Dit is een verklaring van de bank die stelt dat de waarborgsom door de bank zal worden voldoen indien de koper een bepaalde betalingsverplichting niet nakomt.

Baten
Dit zijn die ontvangsten die aan de betreffende verslagperiode moeten worden toegerekend. Bepalend daarvoor is het tijdstip waarop de levering geschiedt, resp. de periode waarop de doorberekende kosten (lasten) betrekking hebben.
Toelichting: Baten is een ander woord voor Inkomsten. Het verschil is, dat inkomsten worden toegerekend aan de datum dat het geld ontvangen wordt, terwijl baten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben.

Bedrijfsreserve
Dit is een onderdeel van het Eigen vermogen en het gaat hier o.a. om de vrij besteedbare saldi van de voorgaande boekjaren.

Beginbalans
Balans opgemaakt aan het begin van een boekjaar.

Begroting
Het document waarmee de mandaathouders binnen de organisatie voor een bepaalde periode (meestal een boekjaar, maar ook wel een project) geautoriseerd worden tot het doen van
uitgaven en het verwerven van inkomsten.

Begrotingspost
Er worden netto- en bruto begrotingsposten onderscheiden. Een bruto-begrotingspost is een autorisatie in absolute getallen, een netto-post autoriseert het saldo van een uitgavenpost en een bijbehorende inkomstenpost.

Belastbaar inkomen
Het belastbaar inkomen wordt gebruikt voor het berekenen van de inkomstenbelasting. Het belastbaar inkomen bereken je door in box 1, box 2 en box 3 de inkomsten op te tellen en te verminderen met de aftrekposten. Houdt er rekening mee dat in alle 3 de boxen verschillende tarieven en vrijstellingen gelden. De begrippen toetsingsinkomen, verzamelinkomen en belastbaar inkomen betekenen alle drie hetzelfde. Het zijn alle inkomsten uit de boxen bij elkaar opgeteld minus de aftrekposten.

Beloning
Zie Bezoldiging

Betaalrekening
De bankrekening die wordt gehanteerd voor het doen van betalingen.

Betalingsconditie
Voorwaarden ten aanzien van de betaling. Bijvoorbeeld binnen 30 dagen.

Bevoegdheid
Recht tot het uitoefenen van bepaalde handelingen dan wel tot het nemen van bepaalde besluiten.

Bezettingsgraad
Het percentage dat aangeeft in hoeverre de capaciteit van iets wordt benut

Bezettingsresultaat
Het verschil tussen de totale (rationele) constante kosten in een periode en de in de kostprijs van de productie doorberekende kosten.

Bezoldiging
De Bezoldiging bestaat uit het Maandsalaris en een aantal in de CAO met name genoemde Vaste Toelagen. De Bezoldiging die een werknemer ontvangt wordt maandelijks uitgekeerd.

BIC – Bank Identifier Code
Een ISO code van 8 – 11 karakters die is toegewezen binnen de EU en gebruikt wordt om een financiële instelling te identificeren bij financiële transacties.

Boeking
Journaalpost, Zie verder Journaal

Boekingsdatum
De datum waarop een feit wordt geacht te zijn gebeurd. In het kader van de toerekening van baten en lasten aan de juiste periode kan dit een andere datum zijn dan: de factuurdatum (= de datum die op de factuur of ander brondocument staat vermeld, en die ook wordt vastgelegd met het oog op ouderdomsanalyses en het bepalen van vervaldata)

Boekwaarde
Dit is de waarde van het activum of passivum op de balans op enig moment.

Btw-aangifte doen
Btw-aangifte doen is verplicht als u ondernemer bent voor de omzetbelasting. In uw aangifte wordt de btw aangegeven die berekend is aan uw klanten en de btw die u zelf kunt aftrekken. U kunt de btw-aangifte per maand, per 2 maanden per kwartaal of soms per jaar doen. U kunt een boete krijgen als u de aangifte te laat indient.

Btw-identificatienummers controleren
Het is belangrijk om te weten of uw klant inderdaad ondernemer is. U bent dan ook verplicht het btw-nummer van uw klant te controleren voordat u de ICP-opgave doet.

BTW / Omzetbelasting
Btw staat voor ‘ belasting over de toegevoegde waarde’ en is hetzelfde als omzetbelasting. Over alle producten en diensten zit een verbruiksbelasting. De btw is berekend in de prijs van de producten en/of diensten. De btw wordt ontvangen door de ondernemer die de btw vervolgens afdraagt aan de Belastingdienst.

Budget 
Het bedrag dat bij begroting ter beschikking is gesteld voor een activiteit, een verzameling activiteiten of al zijn activiteiten.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

C

CM – Cash Management

Consolidatie
Consolidatie houdt in dat balans en resultatenrekening worden ingevoegd in de balans en resultatenrekening van de eenheid die de zeggenschap kan uitoefenen. Consolidatie kan volledig of partieel aan de orde zijn, afhankelijk van de mate van zeggenschap, met inachtname van de geldende regelgeving. Aandachtspunt bij het opstellen van de Jaarrekening is dat bij/naast de consolidatie ook Eliminatie van onderlinge verhoudingen plaatsvindt opdat dubbeltellingen worden voorkomen. (.. van jaarrekeningen). Toelichting Onder een geconsolideerde jaarrekening verstaat men een jaarrekening van een moedermaatschappij en haar dochterondernemingen, alsof deze samen één onderneming waren. In de consolidatie zullen daarom die deelnemingen worden opgenomen waarin de moedermaatschappij een bepalende invloed heeft op het zakelijke en financiële beleid.

Contract
Schriftelijk vastgelegde overeenkomst.

Crediteur
Ofwel Schuldeiser; een partij die bijvoorbeeld wegens levering van zaken of diensten geld te vorderen heeft.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

D

Dagboek
Administratie waarin men dagelijks transacties vastlegt. Voorbeelden zijn:
Kasboek
Bankboek
Inkoopboek
Verkoopboek
Memoriaal
Vanuit de dagboeken wordt het grootboek bijgewerkt middels journaalposten.

Deactiveren
Het betreft hier het afboeken van een Activum uit de vaste activa administratie, hetzij wegens verkoop/inruil dan wel wegens de constatering dat een activum niet meer aanwezig is, teniet is gegaan of geen waarde meer vertegenwoordigt o.a. door diefstal.

Debiteur
Opdrachtgever/partij waarop naar aanleiding van Levering van goederen of diensten op basis van een Factuur een te innen Vordering ontstaat.

Debiteurgroep
In een debiteurenadministratie is het gebruikelijk om debiteuren in groepen in te delen. Veel voorkomende groepen zijn:
Handelsdebiteuren Nederland
Handelsdebiteuren Buitenland
Intercompany debiteuren
Belastingen en sociale wetten
Overige debiteuren

Deposito
Bij een depositorekening doet de deposant voor een bepaalde tijd afstand van de directe beschikbaarheid over zijn geld. Hij krijgt voor deze periode een hogere rente dan bij een rekening-courant.

Digipoort
De veilige digitale communicatielijn met de overheid voor bedrijven. Het verzorgt de gemeenschappelijke infrastructuur voor het berichtenverkeer tussen bedrijven enerzijds en overheden anderzijds. SBR rapportages gaan via digipoort.

Doorbelasten
Zie Toerekenen.

Doorschuif BTW
Bij facturering binnen de fiscale eenheid heeft men te maken met de zogenaamde “doorschuif BTW”. Op facturen van en naar onderdelen binnen de eenheid wordt geen afzonderlijk (te betalen) BTW in rekening gebracht en behoeft derhalve ook niet afgedragen te worden. De betaalde BTW wordt doorgeschoven naar de volgende schakel binnen de eenheid. Pas de laatste schakel binnen de eenheid heeft recht op vooraftrek. Deze vooraftrek geldt uiteraard naar rato van de BTW-plichtige omzet van die laatste schakel. Geen BTW plichtige omzet betekent geen aftrek.

Dotatie
Dotatie doet zich voor in relatie tot Voorziening. Indien bij de periodieke berekening van de benodigde voorziening blijkt dat deze te laag is, is een dotatie noodzakelijk ten laste van de exploitatie.
Zie ook: Vrijval

Due diligence
betekent letterlijk gepaste zorgvuldigheid. In fusies en overnames en in de accountancy is er echter een specifieke betekenis, namelijk boekenonderzoek, bijvoorbeeld bij een bedrijfsovername.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

E

Eerste Aanmaning
Nadat de betaaltermijn van een factuur verstreken is volgt een aanmaningsprocedure waarin men begint de debiteur een eerste aanmaningsbrief te sturen. Daarna volgt meestal een tweede aanmaningsbrief. Blijft de debiteur in gebreke dan zoekt men persoonlijk contact en in het uiterste geval geeft men de vordering over aan een incassobureau of een deurwaarder.

Eigen vermogen
Het niet-besteedbare deel van het eigen vermogen.

Eliminatie
Eliminatie in de boekhouding is het wegnemen van onderlinge balansposities en onderlinge baten- en lastenboekingen tussen onderdelen van de organisatie. Eliminatie is een noodzakelijk onderdeel van het consolidatieproces, om het externe beeld in de jaarrekening niet op te kloppen met interne leveringen.

Eliminatiepost
Een post in de boekhouding welke wordt opgenomen als tegenhanger van een of meer posten welke bij de eliminatie dienen weg te vallen.

Exploitatierekening
De exploitatierekening met de toelichting geeft getrouw, duidelijk en stelselmatig de grootte van het resultaat over een boekjaar en zijn afleiding uit de verantwoorde baten en lasten weer.
Synoniem: Winst- en verliesrekening en Staat van baten en lasten.

eXtensible Business Reporting Language (XBRL)
De techniek van SBR is XBRL. XBRL is een open standaard om financiële gegevens uit te wisselen via het internet. XBRL levert aan bepaalde informatie labels mee. Die labels zeggen iets over de betekenis van die informatie.

Extracomptabel
Niet in het administratiesysteem, oftewel buiten de boekhouding opgenomen vastleggingen.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

F

FA – Financiele Administratie

Facturatie
Als een leverancier volgens bestelling een goed of dienst heeft geleverd dat aan de verwachtingen heeft voldaan dan is er een verplichting tot betaling die kan worden gefactureerd.

Factuur
Lijst van geleverde goederen en/of diensten met vermelding van de berekende prijzen en de plaats en
datum van de aflevering.
Zie ook Factuur(eisen) …
Zie ook Geblokkeerde factuur.

Factuur handmatig
Een handmatige factuur is een factuur die niet geautomatiseerd vanuit het verkoopregister wordt gegenereerd.

Fifo
een afkorting van het Engelse first in – first out (dat wat er het eerst in komt, gaat er ook weer het eerst uit).

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

G

Garantievermogen
Het garantievermogen is het eigen vermogen plus het achtergestelde vreemd vermogen. Achtergesteld vreemd vermogen bestaat uit achtergestelde leningen. Voor banken is de verhouding tussen garantievermogen en totaal vermogen een belangrijke maat voor de beoordeling van de solvabiliteit van de onderneming. Is deze verhouding in de ogen van de bank te laag, dan zal de bank niet bereid zijn het bedrijf een (nieuwe) lening te verstrekken. De bank vreest dan dat het bij een onverhoopt faillissement zijn geld niet meer zal terugzien, en dat risico wil de bank niet nemen.

Gebeurtenissen na balansdatum
Betreft informatie over ontwikkelingen/voorvallen na 31-12, die belangrijk zijn voor de interpretatie van de gepresenteerde cijfers in de jaarrekening en die derhalve ingevolge de regelgeving in de toelichting moeten worden vermeld.

GIGO
Garbage in, garbage out (met als afkorting GIGO, als een woordspeling op de term FIFO First In, First Out) is een uitdrukking uit de informatica en Informatietechnologie. “Garbage in, garbage out” is een uitdrukking die wordt gebruikt om mensen er op te wijzen dat software en regelsystemen alleen maar zinnige informatie kunnen leveren wanneer zij met juiste informatie worden gevoed.

GL general ledger
“Het grootboek” is de verzameling van alle grootboekrekeningen.

Goodwill
De meerprijs bij een overname boven de boekhoudkundige waarde.

Grootboek
Is de verzameling van alle grootboekrekeningen. Alle financiële mutaties worden individueel, of collectief via een sub administratie, vastgelegd in het grootboek. Periodiek wordt het grootboek afgesloten waarbij alle kosten en opbrengsten aan de juiste periode worden toegerekend. Financiële rapportages, waaronder de jaarrekening, worden vanuit het grootboek gemaakt.

Grootboekrekening
Rekening binnen de boekhouding, waarop lasten of baten van een bepaalde soort worden verzameld.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

H

Harde verplichting
Schriftelijk aangegane of anderszins juridisch afdwingbare verplichting jegens een derde tot betaling, welke op de peildatum bestaat.
Zie ook:
Zachte verplichting
Verplichting

Herinnering
Zie Eerste Aanmaning
Zie ook Aanmaning, Ingebrekestelling

Hoofdkostenplaats
In de organisatie een verzameling van kostenplaatsen die tot een afzonderlijke (beheers)eenheid behoren.

Huisbank
Door de instelling geselecteerde hoofdbank.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

I

IBAN – International Bank Account Number
De uitgebreide versie van het basis bankrekeningnummer dat internationaal wordt gebruikt om de bankrekening van een klant bij een financiële instelling uniek te identificeren, in combinatie met de BIC code.

ICP-opgaaf / ICP-aangifte
Wanneer een ondernemer diensten of goederen exporteert aan een bedrijf buiten Nederland, maar wel binnen de Europese Unie, dan bent u als ondernemer verplicht om de ICP-opgave te doen. U verstuurt uw ICP-opgave altijd elektronisch. De ICP-opgave doet u alleen als u:
Goederen of diensten heb geleverd aan een ondernemer in een ander EU-land en u deze goederen zelf hebt vervoerd of hebt laten vervoeren.
Eigen goederen hebt overgebracht naar een ander EU-land.

IFRS
International Financial Reporting System; een internationale standaard om financiële administratie te verwerken in een jaarverslag.

Incidentele inhouding
Een inhouding die niet elke periode terugkomt. Voorbeelden van incidentele inhoudingen:
Terugvordering teveel betaald salaris
Loonbeslag

Incidentele toelage
Een beloningsbestanddeel dat niet elke periode terugkomt.
Voorbeelden van incidentele toelagen:
Eindejaarsuitkering
Vakantieuitkering
Gratificatie dienstjubileum
Gratificatie arbeidsprestatie
Tegemoetkoming onkosten i.v.m. arbeid

Indirecte kosten
De kosten die niet rechtstreeks in verband staan met de uitgevoerde activiteit, maar wel noodzakelijk gemaakt worden voor het uitvoeren ervan.

Ingebrekestelling
Formele brief naar aanleiding van het niet nakomen van een betalingsverplichting.
Zie ook Herinnering, Aanmaning, Ingebrekestelling

Inhaalafschrijving
Hier is sprake van als er in een “lopend jaar” een activum geboekt (geactiveerd) wordt, maar waarvan de Activeringsdatum in enig vorig boekjaar ligt.

Inhouding
Beloningsbestanddeel dat niet aan de Werknemer wordt uitgekeerd maar bestemd wordt om loonheffing, premies of andere verplichtingen te betalen. Inhoudingen kunnen bestaan op grond van de arbeidsrelatie en op grond van een verzoek van de Werknemer of een derde (Loonbeslag, alimentatie) Er kan onderscheid gemaakt worden in incidentele en vaste inhoudingen

Integrale kosten
Totaal van directe en indirecte kosten die gemaakt worden ten behoeve van een aangewezen activiteit.

Interne doorbelasting
Het ten laste van onderdelen van de organisatie brengen van lasten die aanvankelijk door één van de eenheden zijn gedragen.

Intracommunautaire diensten
Ondernemer met btw-identificatienummer die dienst(en) afneemt van een ondernemer uit een ander EU-land.

Intracommunautaire levering
Een ondernemer met btw-identificatienummer die goederen naar ondernemers in andere EU-landen exporteert. Er is sprake van intracommunautaire levering als er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
U vervoert zelf de goederen naar een ander EU-land en dit moet aantoonbaar zijn met uw administratie.
De afnemer is ondernemer en heeft een btw-identificatienummer in het land van afname.

Intracommunautaire Prestaties (ICP)
Als u zakendoet in het buitenland, doet u naast de btw-aangifte ook de opgaaf intracommunautaire prestaties. Met de ICP geeft u de belastingdienst informatie over uw leveringen van goederen en diensten aan ondernemers in andere EU-landen.

Intracommunautaire transacties
Dat is de handel in producten waarbij de producten vervoerd worden van het ene EU-land naar het andere EU-land.

Intracomptabel
In het administratiesysteem opgenomen vastleggingen, opgenomen in het hoofdsysteem of daarop aangesloten sub-administraties.

Inventarisatie
Het periodiek opnemen (tellen) van de voorraad (aantallen / hoeveelheden).

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

J

Jaarafsluiting
Het proces waarbij de financiële administratie van het voorgaande boekjaar wordt afgesloten, teneinde als basis te dienen voor het opmaken van de financiële verantwoording over dat boekjaar (rapportage en jaarrekening).

Jaarcijfers
De jaarcijfers van een onderneming zijn een serie documenten dat de balans en de verlies- en winstrekening bevat.

Jaarrekening
De jaarrekening geeft een jaarlijks overzicht van de financiële situatie van een bedrijf. Het bestaat uit een balans, een resultatenrekening of winst- en verliesrekening over het afgelopen jaar, een toelichting op beide, het kasstroomoverzicht en in bepaalde gevallen een accountantsverklaring (in België commissarisverslag geheten). Meestal wordt de jaarrekening opgenomen in het jaarverslag en daarmee bekendgemaakt.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

K

Kasstroom
De kasstroom of cash-flow betreft het saldo van de in een bepaald jaar (periode) uitgaande en inkomende liquiditeiten. De cash flow verschilt in hoofdzaak van het exploitatiesaldo doordat de investeringen er wel, en de afschrijvingen juist niet in zijn opgenomen. Soms worden onderscheiden de operationele kasstroom en de investeringskasstroom.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
Heeft u in 2012 geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen? Als deze investering tussen de € 2.300 en € 306.931 bedraagt, kunt u in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
(KIA). De KIA is een percentage van al uw investeringen. De hoogte hangt af van het geïnvesteerde bedrag.

Kolommenbalans
Overzicht van proefbalans, saldibalans, voorafgaande journaalposten, winst- en verliesrekening en balans

Kosten
De waarde die de organisatie opoffert bij de realisatie van een project of activiteit.
Vaak wordt het woord Lasten als synoniem gebruikt; Lasten is evenwel, anders dan kosten, een tijdgebonden begrip, namelijk de kosten van een activiteit toegerekend aan een bepaalde periode.

Kostendrager
De entiteit in de financiële administratie die een eindproduct of dienst representeert, waaraan de kosten van de organisatie en het totstandbrengingsproces worden toegerekend.

Kostenplaats
Entiteit in de financiële administratie, waarop kosten verzameld worden die betrekking hebben op één organisatorische afdeling, voordat ze worden toegerekend aan de eindproducten of diensten.

Kostensoort
Classificatie van de kosten naar aard van de kosten, die aan de inzet van productiemiddelen (personeel, gebouwen, machines e.d.) zijn verbonden. De indeling ziet alleen naar de aard en niet naar de bestemming van de kosten.Voorbeeld: Telefoonkosten

Kostenverbijzondering
Het toerekenen van de kosten aan de eenheden product. Bij sommige kostensoorten is direct een verband te leggen met eenheden product (directe kosten) en bij anderen moet dat gebeuren door de kosten toe te rekenen aan afdelingen (indirecte kosten).

Kostenverdeelstaat
Overzicht waarin op schematische wijze wordt getoond hoe de totale kosten van een organisatie toegerekend aan haar eindproducten of diensten.

Kostprijs
Tarief waarin alle directe en indirecte kosten zijn meegenomen.
Synoniem: Integraal tarief

Kredietbeperking
Korting bij snelle betaling. Bijvoorbeeld 2 % korting indien binnen 8 dagen wordt betaald. Van belang is dat het BTW bedrag niet veranderd mag worden.

Kruisposten
In de boekhouding wordt gebruik gemaakt van tussenrekeningen om de administratie nauwkeurig en correct vast te leggen. De Kruispost is hier een goed voorbeeld van. Deze wordt bijv. gebruikt om stortingen tussen bank en kas te administreren.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

L

Lasten
Dit zijn die uitgaven die aan de betreffende verslagperiode moeten worden toegerekend. Bepalend daarvoor is het tijdstip waarop de levering heeft plaatsgevonden, resp. de periode waarop de doorberekende inkomsten (baten) betrekking hebben.
Synoniem: Kosten en Materiële kosten

Lening
We spreken van een lening als een partij een som geld verstrekt aan een andere partij onder de voorwaarde dat dit bedrag op een bepaald moment wordt terugbetaald. De periode waarvoor de lening wordt aangegaan noemen we de looptijd van de lening. Indien er tijdens de looptijd in delen wordt terugbetaald spreken we van gedeeltelijke aflossing. Gedurende de looptijd kan al dan niet rente in rekening worden gebracht. Deze kan apart worden afgerekend, of bij het geleende bedrag worden opgeteld en bij de eindaflossing worden betaald.

LOR – Letter of Representation
Zie Verklaring van volledigheid.

Leasing
Leasing is een vorm van huur, meestal van productiemiddelen. De lease-kosten komen tot uitdrukking in de winst- en verliesrekening. Een productiemiddel dat is geleased is geen investering, zodat er geen vermogen nodig is voor de financiering. Bij leasing blijft de balans dus ongewijzigd. Anders gezegd: een onderneming die leaset heeft een geheel andere balans dan een onderneming die in dezelfde productiemiddelen investeert.

Er zijn twee hoofdvormen van leasing:

Bij operationele leasing blijft de lessor (de verhuurder) juridisch en economisch eigenaar gedurende de tijd dat de leaseovereenkomst loopt. In het verhuurcontract zijn vaak extra zaken geregeld, zoals onderhoud en vervanging bij de introductie van verbeterde machines.

Bij financiële leasing betaalt de lessee (huurder) de aankoopsom plus kosten en winst aan de lessor (in termijnen). De lessee (huurder) is in dit geval juridisch eigenaar, en is verplicht om in de jaarrekening aan te geven welke productiemiddelen financieel geleased zijn, en wat de contante waarde van deze leaseverplichting is.

Leverancier
Een persoon of een bedrijf / instelling waar artikelen of diensten worden besteld.

Leverancier stamgegevens
Logistieke-, inkoop-, financiële en bancaire gegevens van een leverancier.

Levering
Het verzorgen van een goed of dienst in opdracht van een Debiteur, met in ruil daartegenover een Vordering / Betaling op basis van een hieraan gekoppelde factuur.

Leveringscondities
Vastgestelde prijs, korting of toeslag, of leveringsvoorwaarde voor artikel of dienst

Leveringsverplichting
Inspanningsverplichting of resultaatverplichting van een project – volgende op een overeenkomst tot levering.

Levervoorwaarden
Zie Leveringscondities

Lifo
een afkorting van het Engelse last in – first out (dat wat er het laatst in komt, gaat er het eerst uit).

Liquide middelen
activa in de vorm van chartaal geld of giraal geld of andere beleggingen die op zeer korte termijn in geld kunnen worden omgezet (bank en kas). Het kan gebeuren dat er ook liquide passiva zijn (bijvoorbeeld negatieve saldi op een zichtrekening buiten het kader van een kaskrediet). In dat geval vormt het verschil tussen de liquide activa en passiva de netto liquide middelen.

Liquiditeit
Het vermogen om bestaande schulden op tijd te betalen. De liquiditeit berust op aanwezigheid van werkkapitaal en wordt gemeten aan de hand van de current ratio (de verhouding tussen vlottende activa en kortlopende schulden) en de quick ratio (vlottende activa minus voorraden in verhouding tot de kortlopende schulden).

Liquiditeitsprognose
Raming van toekomstige kasstromen om tijdig geïnformeerd te zijn over de toekomstige behoefte aan financiële middelen.

Locatie
Synoniem: Magazijnlocatie

Loonheffing
Zie Vaste inhouding.

Lump sum
Bedrag waarbinnen de middelen naar eigen inzicht zijn in te zetten (niet-geoormerkt budget).

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

M

Maandsalaris
Het salaris per maand.

Magazijn
Dit betreft geregistreerde Voorraadartikelen; artikelen die op voorraad liggen bij een secretariaat vallen hier dus niet onder.

Magazijnlocatie
De fysieke locatie waar geregistreerde Voorraadartikelen liggen; het betreft hier de winkelfunctie waar medewerkers met een magazijnpass of een klantenbestelbon aan de balie een voorraadartikel kunnen verkrijgen.

Magazijnpashouder
De magazijnpashouder is een medewerker(ster) die door een budgethouder is geautoriseerd om met behulp van een magazijnpass artikelen uit magazijn naar behoefte af te halen en de afname op de kostenplaats van budgethouder te laten belasten.

Majorering
Inschrijving van een hoger dan gewenst aantal bij een nieuwe aandelen- of obligatie-emissie in de hoop een klein deel van de gevraagde hoeveelheid te krijgen omdat er een zeer grote vraag is.

Managementletter
Aanbevelingen van de accountant aan het bestuur van de onderneming of aan het management van een bedrijfseenheid.
Zie Accountantsverslag

Mandaat
Verlening van een bevoegdheid tot beslissen of handelen, door een persoon of orgaan dat die bevoegdheid zelf heeft, waarbij deze persoon of dit orgaan de bevoegdheid tevens zelf behoudt. Meestal vindt verlening van mandaat plaats aan een ondergeschikte; noodzakelijk is dit niet.
Zie ook delegatie, standaardmandaat.

Margeregeling
Bijzondere regeling voor gebruikte goederen, kunst, antiek of verzamelvoorwerpen. Handelaren in deze goederen kopen deze vaak in van particulieren of van ondernemers die voor de BTW zijn vrijgesteld. Op de inkoop wordt geen BTW in rekening gebracht. Bij de doorverkoop moet wel BTW in rekening worden gebracht over de netto verkoopprijs. Dit betekent dat over een deel van de omzet dubbel BTW zou worden betaald/afgedragen. Om dit te voorkomen, kan de ondernemer de margeregeling gebruiken. Dankzij de margeregeling kan de BTW over de inkopen, ondanks dat die niet gefactureerd is, toch in mindering gebracht worden.

Matching
Koppeling van de kosten aan de omzet van de boekingsperiode. De afzet in een periode is de basis om de winst te berekenen en alleen de kosten die samenhangen met die afzet mogen op de omzet in mindering worden gebracht .

Materiëel Vast Activum
Dit is een gebouwen, terrein, inventaris/apparatuur en overige materiële productiemiddel waarvan de Verkrijgings- of vervaardigingsprijs per stuk de Activeringsgrens te boven gaat.

MKB winstvrijstelling
De MKB-winstvrijstelling is een vast percentage van de winst en wordt berekend over uw winst na aftrek van de ondernemersaftrek. Deze aftrek is het gezamenlijke bedrag van
de zelfstandigenaftrek, aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O), meewerkaftrek, startersaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en stakingsaftrek. 2013 14%

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

N

Nabestelling
Synoniem: Back-order

Nacalculatie
Berekening achteraf van de werkelijke kosten van een project of activiteit. Vergelijking hiervan met de voorcalculatie (begroting) en met de gerealiseerde verkoopopbrengst genereert managementinformatie ten behoeve van toekomstige prijsstelling. Daarnaast kan in contracten of subsidiebepalingen zijn opgenomen dat de kosten van een project of activiteit nagecalculeerd moeten worden ten behoeve van de vaststelling van de uiteindelijke prijs of subsidie.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Belangrijke financiële verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen. Zij dienen in de toelichting op de balans te worden vermeld; met daarbij de jaarlijkse last en de totale omvang over de gehele looptijd.

Niet-voorraadartikel
Artikel dat niet op voorraad in het magazijn wordt gehouden.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

O

Obligaties
Obligaties, ook wel schuldbrieven genoemd, zijn verhandelbare bewijsstukken van deelneming in een, door de staat of een organisatie geplaatste geldlening. De houder van de obligatie is schuldeiser van de onderneming en ontvangt doorgaans een vaste rente.

Offerte aanvraag
Schriftelijk verzoek aan een leverancier om prijsopgave en leveringscondities te doen.

Onderhanden werk
Balanspositie die van alle projecten voor derden die afgerekend worden en nog niet afgesloten zijn, het gecumuleerde saldo bevat van de opbrengsten en kosten .

Ondernemer voor btw
Iemand die zelfstandig een beroep of bedrijf uitoefent. Activiteiten kunnen uitgeoefend worden in de vorm van een eenmanszaak, een maatschap, een bv of een nv. Als u als ondernemer voor de btw bent geregistreerd, ontvangt u een btw-identificatienummer.

Onvoorzien
Een in de begroting vermelde budgetpost om in de loop van het jaar onvoorziene tegenvallers te dekken welke niet redelijkerwijs ten laste van de eenheden kunnen komen, alsmede om de lasten te dekken die voortvloeien uit aanvullende besluitvorming in de loop van het jaar.

Opbrengsten
Van derden ontvangen bedragen in het kader van voor die derden verrichte prestaties. Vaak wordt het woord baten als synoniem gebruikt;
Baten is evenwel anders dan opbrengsten een tijdgebonden begrip, namelijk de opbrengsten van een activiteit, toegerekend aan een bepaalde periode.
Zie ook: Baten.

Opbrengstsoort
Classificatie van de opbrengsten/inkomsten naar de aard waarmee de middelen door de onderneming zijn, resp. worden verkregen.

Opdrachtgever
Degene die opdracht geeft tot het uitvoeren van werk. Degene die opdracht geeft draagt ook de kosten of is hiervoor gemandateerd door degene die uiteindelijk de kosten draagt.

Opdrachtnemer
Degene die een opdracht uitvoert. De opdrachtnemer heeft het recht op een vergoeding van de opdrachtgever. Deze vergoeding kan via een factuur of via een interne verrekening worden verkregen.

Operationele kasstroom
Operationele kasstroom is de kasstroom vanuit de reguliere exploitatie, ter onderscheid ten opzichte van de investeringskasstroom (kasstroom verbonden aan investeringsprojecten) en de financieringskasstroom (opname en aflossing van leningen).

Overboeking
Het verdelen c.q. corrigeren van budgetten, baten of lasten van de ene naar de andere kostenplaats, -soort of –drager.

Overhead
Ander woord voor indirecte kosten.

Overige lasten
Dit zijn alle lasten van de organisatie, niet zijnde personele lasten, afschrijvingen,
inkomensoverdrachten (verleende subsidies) en financiële baten en lasten.

OZB – Onroerende Zaak Belasting
Onroerende-zaakbelasting, gemeentelijke belasting op bezit van onroerende zaken.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

P

P&O – Personeel en Organisatie

Passief
Zie Passivum

Passivum
Het vermogen waarmee de activa van de organisatie zijn gefinancierd. Onderverdeeld in eigen vermogen, egalisatierekeningen, voorzieningen en schulden.
Meervoud: Passiva

Pensioenpremie
Zie Vaste inhouding.

Permanence
Evenredige periodieke toerekening van (jaar)lasten aan deelperioden (evenredig aan de activiteit, of indien daarover geen gegevens bestaan tijdsevenredig).

Personeelskosten
Zie Lasten.

PL – Personele lasten
Alle lasten verbonden aan de personele inspanning, zowel van eigen als ingehuurd personeel, en de kosten van voormalig personeel (wachtgelden, uitkeringen e.d.).
Zie: Lasten

Plan van aanpak WAO
Een plan opgesteld door werknemer en werkgever (i.c. leidinggevende), op basis van de probleemanalyse met als doel re-integratie van de zieke werknemer.

Premies Sociale Verzekeringen
Zie Vaste inhouding.

Prestatie-indicatoren
Dit zijn financiële en niet-financiële indicatoren die kunnen worden gebruikt om de realisatie van (kritische succes) factoren te meten.

Prestatiesoort
De aanduiding van de activiteit die wordt ondernomen om een dienst of product te realiseren, bepalend voor de hoogte van het toe te rekenen tarief.

Productieve uren
Uren die een medewerker besteedt aan zijn / haar eigen hoofdtaak Aan deze tijd is een (integraal) kostentarief gekoppeld.

Prognose
Tussentijdse bepaling, op basis van extrapolatietechnieken, van het verwachte eindresultaat van een project of budget.

Project
Een Project is een opdracht van begrensde omvang en tijdsduur, waarvan de verplichting of de behoefte bestaat om de baten en lasten en andere gegevens apart te administreren. Onderscheiden worden investeringsprojecten (waarvan het saldo uiteindelijk tot de vorming van een activum leidt) en exploitatieprojecten (waarvan het saldo na afloop rechtstreeks in het resultaat wordt verwerkt).

Project Activiteit
Werkzaamheid uitgevoerd in het kader van een project.

Project Definitie
Beknopte beschrijving van wat het project inhoud.

Project Product
Document dat in het kader van een project wordt opgeleverd. Meestal wordt elke fase van een project met een product afgesloten.

Projectsaldo
Saldo van baten en lasten van een Project op een gegeven afrekenmoment.

Public Key Infrastructure certificaat (PKI overheid-certificaat)
Om aangiftes te kunnen versturen via de digitale communicatielijn digipoort, naar de Belastingdienst, heeft u in een aantal gevallen een PKI-certificaat nodig. Dit certificaat is eigenlijk een digitaal paspoort, waarmee u op een veilige manier online gegevens kunt uitwisselen. Dit PKI-certificaat is niet nodig als u gebruik maakt van een gecertificeerd aangifteprogramma.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Q

Quick Ratio
De Quick Ratio is een kengetal voor het meten van de liquiditeit van de onderneming. De Quick Ratio geeft aan tot op welke hoogte de kortlopende schulden terugbetaald kunnen worden met op korte termijn beschikbare bezittingen van de onderneming, waarbij de voorraden buiten beschouwing worden gelaten. (De voorraden horen namelijk wel bij de vlottende activa, maar zijn niet bedoeld of geschikt om kortlopende schulden mee te voldoen.) De Quick Ratio laat dus, in tegenstelling tot de Current Ratio, de voorraden buiten beschouwing.
In formulevorm:

De Quick Ratio = (vlottende activa – voorraden) / vlottende passiva

Als vuistregel geldt dat een gezonde Quick Ratio ligt tussen 0,5 en 1. Afzonderlijke ondernemingen en bedrijfstakken kunnen daarvan echter sterk afwijken.

R

R.O.I.
return on investment geeft het rendement op de investering aan.

Ramen
Schatten hoeveel een Activiteit gaat kosten.

Rentabiliteit
De rentabiliteit is de winstgevendheid van een onderneming in verhouding tot de omzet, het eigen vermogen, of het totale vermogen. De meest gangbare kengetallen voor rentabiliteit zijn:
de Rentabiliteit van de Omzet, of Return on Sales (ROS):

ROS = nettowinst / omzet

de Rentabiliteit van het Eigen Vermogen (REV) of Return on Investment (ROI):

REV = nettowinst / (gemiddeld) eigen vermogen

de Rentabiliteit van het Totale Vermogen (RTV):

RTV = bedrijfsresultaat / (gemiddeld) totale vermogen

de Rentabiliteit van het Werkzaam Vermogen (RWV):

RWV = bedrijfsresultaat / (gemiddeld) werkzaam vermogen

Als vuistregel voor een goede rentabiliteit geldt de rente op lange termijn (obligatie-)leningen plus een ondernemersrisico van circa 10 procent.

Renterisico
Onder het renterisico verstaan we de mate waarin fluctuaties in de lange en de korte rente effect kunnen hebben op het resultaat van de organisatie.

Reserve
Besteedbaar vermogensbestanddeel waarop geen (harde) verplichting rust.

Reservering
Om bij de maandafsluiting baten en lasten in de goede periode te kunnen matchen worden reserveringen gemaakt voor kosten waarvan de factuur nog niet ontvangen is. Men boekt dan:
Kosten 100
Aan Nog te ontvangen facturen 100
Aan het begin van de nieuwe periode wordt dit weer teruggeboekt.

Resultaat
Het saldo van baten en lasten bij afsluiting van een project of van een periode. Het resultaat van een project wordt geactiveerd of naar de exploitatie geboekt; het saldo van de exploitatie over een periode (jaar) wordt naar het eigen vermogen geboekt.

Resultatenrekening
Zie Exploitatierekening

Rubricering
Een verdere verdeling van kosten of opbrengsten naar kostenplaats, kostendrager of kostensoort.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

S

SEPA
SEPA heeft tot doel om alle eurobetalingen in Europa te standaardiseren. Sinds 1 februari 2014 is de nieuwe Europese SEPA-wetgeving van kracht. Essentieel voor de totstandkoming van de SEPA is het gebruik van een internationaal rekeningnummer, het IBAN (International Bank Account Number). Het Europese Parlement heeft een extra overgangsperiode van zes maanden voorgesteld voor de overstap op SEPA. Hiermee krijgt uw bedrijf, als u op 1 februari 2014 nog niet volledig over was, de gelegenheid om alsnog de overgang naar SEPA af te ronden. Gedurende deze periode mogen banken Nederlandse incasso’s en overschrijvingen blijven verwerken. De overgangsperiode eindigt op 1 augustus 2014. Er bestaan dan geen verschillen meer tussen binnen- en buitenlandse betalingen in de Europese Unie. U mag dan alleen nog Europese betaalvormen gebruiken.

Schuld
Te betalen bedrag naar aanleiding van een geleverde goed of dienst of een andere aangegane of opgelegde verplichting.

Schuldeiser
Zie Crediteur.

Secundaire kostensoort
Kostensoort waarmee de interne verbijzondering van kosten zichtbaar wordt gemaakt. Deze wordtgebruikt bij het doorbelasten van kosten op basis van Productieve uren.
Het totaalbedrag aan secundaire kosten bij de “zendende” Kostenplaats dient altijd in evenwicht te zijn met het totaalbedrag aan kosten bij de “ontvangende” Kostenplaats.

Self billing
Het aanmaken van pseudofacturen voor de interne vastlegging van gegevens omtrent verplichtingen waarvan geen echte factuur wordt uitgezonden.

Sociale Verzekeringen
Zie Vaste inhouding.

Solvabiliteit
Is het vermogen van een bedrijf om aan zijn verplichtingen tegenover zijn vermogensverschaffers te voldoen. De solvabiliteit wordt uitgedrukt in een solvabiliteitskengetal.

solvabiliteit = eigen vermogen / totale vermogen

Hoe hoger de solvabiliteit hoe kleiner de afhankelijkheid van externe vermogensverschaffers. Heeft een bedrijf een lage solvabiliteit dan is het niet in staat extra vreemd vermogen aan te trekken om zijn activiteiten te financieren. Solvabiliteit is dus een maatstaf voor banken voor het risico van het verstrekken van krediet.
Als vuistregel geldt dat de solvabiliteit minimaal tussen de 0,2 en 0,35 ligt (In procenten: tussen de 20 en 35 procent).

Specifieke toekenningen
Zie: Doeltoekenning.

Staat van baten en lasten
Zie Exploitatierekening.

Standard Business Reporting (SBR)
SBR is een methode voor het samenstellen en aanleveren van financiële berichten. Met SBR legt u de gegevens in uw bedrijfsadministratie eenmalig vast. Vanaf 2013 is SBR verplicht voor de aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting over 2012. Ook hiervoor wordt het beveiligde digitale kanaal van de overheid gebruikt: Digipoort. U kunt SBR gebruiken bij:
– De Belastingdienst
– Het Centraal Bureau voor de Statistiek
– De Kamer van Koophandel, voor jaarrekeningen
– Diverse banken, voor kredietrapportages

Subsidie
Overdracht van (geld)middelen aan een derde waartegenover geen prestatie van de ontvanger jegens de subsidiegever staat.

Subsidieverstrekker
Degene die geld beschikbaar stelt voor een bepaald doel. Bedrijven subsidiëren vaak projecten (3e geldstroom).

SWIFT
SWIFT is een afkoting van Society for Worldwide Interbank Financial Telecommunication. SWIFT is de instantie die de toewijzing verzorgt van de BIC; de Bank Identifier Coder, een ISO code van 8 – 11 karakters die gebruikt wordt om een financiële instelling te identificeren bij financiële transacties.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

T

Technische oplevering
Wanneer de Leverancier of opdrachtnemer (bijv. aannemer, installateur) werk oplevert aan de Projectleider of Budgethouder.

TITO
een afkorting van het Engelse today in – today out (dat wat er vandaag in komt, gaat er ook vandaag weer uit).

Toetsingsinkomen
Voor de toeslagen wordt het begrip toetsingsinkomen gebruikt. Het toetsingsinkomen is het geschatte inkomen over het jaar waarvoor de toeslag wordt aangevraagd. Je maakt dus altijd een schattig. Pas het jaar erop wordt dit gecorrigeerd met de werkelijke inkomsten volgens de belastingaangifte. Het toetsingsinkomen bereken je door in box 1, box 2 en box 3 de inkomsten op te tellen en te verminderen met de aftrekposten. Houdt er rekening mee dat in alle 3 de boxen verschillende tarieven en vrijstellingen gelden. De begrippen toetsingsinkomen, verzamelinkomen en belastbaar inkomen betekenen alle drie hetzelfde. Het zijn alle inkomsten uit de boxen bij elkaar opgeteld minus de aftrekposten.

Tolerantiegrens
Toegestane mate van afwijking van een norm.

Transitoria
Overloopposten; posten op de balans waarmee geregeld wordt dat gerealiseerde kosten of inkomsten aan de juiste periode worden toegerekend.

Treasury
Het beheer van de geldmiddelen, overeenkomstig de doelen en beperkingen gesteld in het treasury statuut.

Treasury statuut
Besluit van het College van Bestuur waarin doelen, procedures en voorwaarden zijn vastgelegd waaraan het beheer van de geldmiddelen, waaronder beleggingen en het afsluiten van leningen, moet voldoen, met de bijbehorende rapportagestructuur. Dit document schrijft onder meer voor welke beleggingsvormen zijn toegestaan en met welke marktpartijen er zaken mogen worden gedaan.

Tussenrekening
Dit is een rekening die gebruikt wordt voor het boeken van bedragen waarvan op het moment van boeken nog niet vaststaat ten laste/bate van welke kostendrager of -plaats, dan wel welke grootboekrekening zij moeten komen. Voorbeelden zijn het boeken van afrekeningen van credit cards tot het moment dat de administratie de bijbehorende bonnetjes heeft ontvangen of het boeken van betalingsopdrachten tot de ontvangst van het dagafschrift.

Tussentijds verlies
Negatief saldo opbrengsten en kosten bij tussentijdse afrekening van een project.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

U

Uitgave
Het doen van een betaling ter zake van een levering.

Uitvoering
Fase tussen start en technische oplevering van een project.

urencriterium
Houd met een urenadministratie of agenda bij hoeveel uren u heeft gewerkt en wat u heeft gedaan. Het gaat hierbij om alle tijd die direct of indirect gericht is op de zakelijke belangen van uw onderneming. Denk aan reistijd, acquisitie en klantbezoeken. Ook werkzaamheden die niet direct bij een opdracht horen tellen mee. Voorbeelden hiervan zijn het beheren van uw website en het verzorgen van uw administratie.

Ureninzet
Aantal verantwoorde uren op een aangewezen activiteit of project.

Uursoort
Aanduiding van de aard van de tijdsbesteding:
Uursoorten zijn:
Productieve uren
Indirect productieve uren
Improductieve uren)

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

V

Valutarisico
Valutarisico is het risico dat de waarde van bezittingen, vorderingen en schulden wijzigt als gevolg van koersveranderingen.

Vast activum
Kapitaalgoederen en andere bezittingen die langer meegaan dan één jaar. De vaste activa staan naast de vlottende activa en zij worden nader ingedeeld in materiële, immateriële en financiële vaste activa.

Vaste activa
Vaste activa die bestaan uit deelnemingen in andere maatschappijen en andere financiële vorderingen die de organisatie niet op korte termijn liquide wil maken.

Vaste inhouding
Een Inhouding die elke periode opnieuw terugkeert.
Voorbeelden van vaste inhoudingen:
Premies Sociale verzekeringen
ANW
AOW
AWBZ
WW
ZFW
Loonheffing
Pensioenpremie
Ouderdomspensioen
Nabestaandenpensioen

Vennootschap onder firma
Een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid waar onder gemeenschappelijke naam door twee of meer personen een bedrijf wordt uitgeoefend.

Verklaring van volledigheid
Verklaring van de Mandaathouder of het College van Bestuur ten behoeve van de accountant waarin wordt aangegeven dat alle informatie met betrekking tot de bedrijfseenheid in de rapportage is verwerkt. (Engels: LOR – Letter of Representation).

Verkoopfactuur
Factuur die aan een klant (afnemer of opdrachtgever) wordt gestuurd naar aanleiding van het leveren van een goed of dienst.

Verkoopfactuur status
Een verkoopfactuur kan o.a. de volgende status hebben:
Nog niet vervallen
Vervallen
Dispuut
1e aanmaning
2e aanmaning
Incasso

Verkoopregister
Register met te innen project- en overige bedragen. Alle financiële gegevens over de verkopen zijn in dit register op te nemen; via directe inbreng, of vanuit reeds bijgewerkte subsystemen zoals het contractregister voor projecten.

Verkrijgings- of vervaardigingsprijs
Dit is de historische aankoopprijs (incl. BTW) en bijkomende vracht- administratie en eventuele inbouw/plaatsings kosten. (per project investering … zal het afhangen of er incl.of excl. BTW geactiveerd wordt), resp. de kosten die de instelling heeft gemaakt om het project/product zelf in huis te vervaardigen.

Verlegging bij invoer
Verlegging van het betalen van BTW van het moment van invoer naar de periodieke aangifte Omzetbelasting.

Verplichting
De aangegane afspraken worden uitgedrukt in Euros, waarvoor een middelen reservering uit het Budget wordt gedaan.
Soorten verplichting die worden onderkend zijn:
Zachte verplichting
Harde verplichting
Andere betekenissen:
Na levering van een goed of dienst heeft de ontvanger een verplichting tot betalen.
Bij het aanvaarden van een opdracht is er een verplichting tot realisatie.

Verplichtingenadministratie
Administratie waarin iedere aangegane Verplichting en iedere te verwachten Uitgave wordt vastgelegd.

Verschrotting
De voorraad die vernietigd wordt / is; bijvoorbeeld omdat deze is beschadigd of verouderd.

Vervaldatum
Voor zowel uitgaande- als inkomende facturen de datum die wordt gehanteerd ter bepaling van het gewenste of verwachte moment van betaling.

Vervalkalender
Een overzicht waarin het totaalbedrag aan openstaande vorderingen of verplichtingen wordt uitgesplitst naar de termijn waarop deze naar verwachting zullen worden ontvangen resp. moeten worden betaald.

Verzamelinkomen
Bij verschillende beschikkingen wordt het begrip verzamelinkomen gebruikt. Het verzamelinkomen bereken je door in box 1, box 2 en box 3 de inkomsten op te tellen en te verminderen met de aftrekposten. Houdt er rekening mee dat in alle 3 de boxen verschillende tarieven en vrijstellingen gelden. De begrippen toetsingsinkomen, verzamelinkomen en belastbaar inkomen betekenen alle drie hetzelfde. Het zijn alle inkomsten uit de boxen bij elkaar opgeteld minus de aftrekposten.

VOF
Zie: vennootschap onder firma.

Voorcalculatie
Berekening vooraf van de geschatte kosten (en opbrengsten) van een project of activiteit. Vergelijking hiervan met de nacalculatie en met de gerealiseerde verkoopopbrengst genereert managementinformatie ten behoeve van toekomstige prijsstelling.

Voorraad
De in het productieproces te verbruiken artikelen welke nog niet aan een eenheid, activiteit of project zijn toegewezen, alsmede de voor de verkoop bestemde maar nog niet verkochte artikelen; alleen voor zover aanwezig in daartoe aangewezen magazijnen. Voorraden op secretariaten en afdelingen worden geacht reeds in het productieproces aldaar te zijn ingezet.

Voorraad in consignatie
De voorraad die in het magazijn ligt maar juridisch nog geen eigendom is.

Voorraadartikel
Artikel dat, administratief gezien maar ook vaak logistiek gezien, op voorraad wordt gehouden in het Magazijn.

Voortgangscontrole
Toetsing van de voortgang van een project aan de hand van een beoordelingsformulier.

Voorziening
Een bedrag dat naar redelijke schatting wordt opgenomen voor een verplichting of verlies waarvan de oorzaak in het verleden ligt en de omvang nog onzeker is. Tevens is het mogelijk een voorziening te vormen voor het tussen perioden egaliseren van lasten of baten die ongelijk over perioden verdeeld zijn. Zie ook Jaarrekening In de grondslagen voor de Jaarrekening is bepaald dat voor de juiste waardering een (eventueel) noodzakelijk geachte voorziening wegens (gedeeltelijke) oninbaarheid in mindering gebracht moet worden.

Vordering
De Vordering kent naar gelang de fase waarin het zich bevindt verschillende subtypen zoals Herinnering, Aanmaning en Ingebrekestelling.

Vreemd vermogen kort
Schulden van een onderneming met een looptijd korter dan 1 jaar.

Vreemd vermogen lang
Schulden van een onderneming met een looptijd langer dan 1 jaar.

Vrijval
Vrijval doet zich voor in relatie tot Voorziening. Indien bij de periodieke berekening van de benodigde voorziening blijkt dat deze te hoog is, ontstaat een vrijval ten gunste van de Exploitatie.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

W

WBS-element
Work breakdown structure. Zie Project.

Werkelijke uren
De aan een activiteit of project bestede tijd in uren, zoals bijgehouden overeenkomstig de methode van actieve tijdverantwoording.

Werkkapitaal
Dat deel van de vlottende activa dat met lang vermogen is gefinancierd. Dit verhoudingsgetal is een indicator voor de liquiditeit van een organisatie.

WIA – Wet Inkomen en Arbeid

Winst- en verliesrekening
Zie Exploitatierekening.

WMO.
De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) regelt dat mensen met een beperking ondersteuning kunnen krijgen. Het kan gaan om ouderen, gehandicapten of mensen met psychische problemen. Zij krijgen bijvoorbeeld huishoudelijke hulp of een rolstoel. Dankzij de Wmo kunnen zij meedoen in de maatschappij en zo veel mogelijk zelfstandig blijven wonen. Gemeenten voeren de Wmo uit. Iedere gemeente legt andere accenten.

Workflow systeem
Elektronisch afgebeeld proces waarlangs een bepaalde werkvoorraad zich beweegt.

WW
Werkloosheidswet of WW is een Nederlandse wet, en een werknemersverzekering die daarin wordt geregeld, die werkloze werknemers, met voldoende arbeidsverleden (voldoen aan de weken-eis) en beschikbaar voor arbeid, een werkloosheidsuitkering biedt.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

X

Y

Z

Zachte verplichting
Zie Verplichting